Afgelopen week was ik voor een adviesgesprek in het lokaal van een groep 3. Wat mij daar opviel was dat van de 19 leerlingen, er 7 een plaatje op hun tafel geplakt hadden van het achterwerk van een olifant. Op de linkerbil stond de letter ‘d’; op de rechterbil de letter ‘b’. Deze kinderen hebben moeite om deze twee letters uit elkaar te houden en kunnen daarom naar het plaatje kijken om het verschil te zien. Iedere keer weer hebben ze het nodig; wat is er toch aan de hand?

Het zou ermee te maken kunnen hebben dat deze zeven kinderen misschien nog niet helemaal klaar waren om te leren lezen en schrijven toen ze naar groep 3 gingen. Een kind wordt schoolrijp door het goed en volledig doorlopen van bepaalde ontwikkelingsfases. Ik heb het in eerdere artikelen al gehad over het aanleggen van een goede basis wanneer de primaire reflexen goed geïntegreerd zijn. Dit zijn automatische bewegingen aangestuurd door de hersenstam en hun functie in de zwangerschap en eerste levensjaren is ervoor te zorgen dat het kind overleeft en dat ontwikkelingsfases als rollen, kruipen, zitten, staan en lopen gedurende deze eerste jaren allemaal doorlopen worden. Zo leert een kind uiteindelijk wat links en rechts is, boven en onder, de volgorde van de getallenrij en de schrijf- en leesrichting van letters. Dus door zich op de goede manier te ontwikkelen, leren zij eigenlijk wat de goede richting is van werken.

Belangrijk om te weten hierbij is verder nog dat iedereen een eigen voorkeursrichting heeft van werken, van schrijven, van denken… dit kan dus voor het kind ook van rechts naar links zijn. Je leert op een gegeven moment, áls je er aan toe bent, dat de juiste werk- en denkrichting van links naar rechts is. In het dikke billen verhaal betekent dit dat er nog problemen zijn op dit gebied. Deze kinderen zien het letterlijk nog anders! Zij beginnen met kijken aan de rechterkant, zien (in het geval van de ‘b’) dan eerst het rondje; hebben gehoord dat het dan een ‘d’ moet zijn en krijgen dan te horen dat het fout is. Deze kinderen horen: kijk nou eens goed en snappen er niets meer van. Hoe moeten ze nou beter kijken? Deze kinderen maken ook rekensommen als 12+12=42, omdat ze halverwege de som weer in hun favoriete denkrichting terugvallen. Naast de moeilijkheden vanwege verwarring over de juiste werkrichting, gaat het kind twijfelen aan zichzelf en ligt demotivatie en faalangst op de loer.

Hoe kun je deze kinderen het beste helpen? Om te beginnen: wees bewust dat richtingsproblemen bestaan! Heb begrip. Verder hebben deze kinderen meer tijd nodig. Laat ze bewegen! En geef ze het plaatje van de dikke billen olifant!

Leestip: “Ik zie het anders” van Marc Litière (Uitgeverij Lannoo). Op de site vind je oefeningen die kinderen helpen.

Facebooktwitterlinkedinmail