Maar wat doe jij eigenlijk? Jij helpt toch kinderen met leerproblemen? Deze vraag kreeg ik van het weekend toen ik vertelde dat ik weer een reflexintegratiecursus gevolgd had.

Inderdaad: de kinderen die bij mij in de praktijk komen hebben het over het algemeen niet gemakkelijk op school. Ze zijn dyslectisch, hebben rekenproblemen, hebben diagnoses als ADHD of autisme, kunnen niet stilzitten of hebben moeite met het handschrift en steeds vaker zie ik hoogbegaafde kinderen die helemaal vastlopen op school.

Hoe toch al deze kinderen geholpen kunnen worden? Door niet anders te werk te gaan dan wat we op andere gebieden heel normaal en vanzelfsprekend vinden. Door te kijken naar en te werken aan de oorzaak van de problemen. Bij het bouwen van een huis begin je ook niet bij het dak, maar zorg je eerst voor een goed fundament. Zonder de juiste programma’s loopt een computer vast en zonder de juiste ingrediënten kun je geen maaltijd bereiden.

Wat is dan het goede fundament als het gaat om leren en gedrag? Als we het hebben over een goed stel hersenen op school, hebben we het over het cognitieve deel ervan, dat wat we gebruiken om leerstof te verwerken, te plannen, te structureren. Dit is de cortex en vormt de buitenste laag van onze hersenen. Daaronder liggen de andere delen van de hersenen, die ons beschermen en zorgen dat we veilig zijn, die zorgen voor ademhaling en prikkelverwerking, emoties en verbinding met anderen. Zonder een goede werking van én een goede samenwerking met deze delen van de hersenen wordt het voor een kind een stuk lastiger en kost veel meer energie en/of tijd om te kunnen laten zien “wat erin zit”.

Hoe komt dit dan? Dit heeft te maken met de werking van de hersenstam, ook wel het reptielenbrein genoemd. Alle zintuiglijke prikkels komen bij ons binnen langs het reptielenbrein dat beoordeelt of het wel veilig is. Het reptielenbrein heeft geen benul van tijd en reageert nog hetzelfde als toen wij, in de prehistorie, voor beren op de vlucht moesten. Voorbeelden wat “niet veilig” in onze tijd kan inhouden zijn: gepest worden, geen vrienden hebben, faalangst hebben, weten dat er veel minsommen in de toets zitten, last hebben van je verkouden buurman of een trui die kriebelt. Voor de hersenstam betekent “niet veilig”: levensgevaar en zal alles in het werk stellen om te overleven en doet dit reflexmatig. Het stuk hersenen dat zich bezig moet houden met rekenen of taal wordt op het tweede plan geschoven en kan pas weer aan het werk als het sein: alles veilig is gegeven. Als in de tussentijd instructie wordt gegeven, komt deze niet of te laat binnen. Nagenoeg bij alle kinderen die bij mij in de praktijk komen is er sprake van dergelijke stress.

Hoe werk ik aan de basis? Dat doe ik met behulp van reflexintegratie volgens de MNRI methode van Dr. Masgutova. In mijn volgend stuk zal ik hier meer over vertellen.

Facebooktwitterlinkedinmail